22/06/2008 – Ik ga niet naar Uruzgan! De situatie in het zuiden van Afghanistan is zo dramatisch slecht dat ik besloten heb om Uruzgan voor Uruzgani’s te laten. Maar dit was niet de enige teleurstelling.

Mijn trip stond helemaal vast. Ik zou in een militair vliegtuig vliegen naar Tarin Kowt, TK in militaire termen. Vanaf daar zou ik op het dak van een vrachtwagen worden vervoerd naar standplaats Kamp Holland, in Afghanistan kent niemand Kamp Holland. Alle provinciale troepenmachten worden aangeduid als PRT wat staat voor Provincial Reconstruction Team. Het bericht over vervoer op het dak van een vrachtwagen kreeg ik te horen van een civile vertegenwoordiger in het PRT. Ik kon enig cynisme niet onderdrukken en schreef terug: “Eindelijk mag ik spannende dingen meemaken in Afghanistan”.

Ik ben nogal teleurgesteld in de manier waarop mijn ‘eigen’ landgenoten mijn verzoek om in Kamp Holland te mogen verblijven, hebben behandeld. Ik wil eigenlijk mijn teleurstelling in iets scherpere woorden hier uiteenzetten, maar ik moet niet te negatief worden, want je zou ze zo weer nodig hebben. En er zit misschien iemand op het ministerie van defensie mijn stukken over Afghanistan mee te lezen, onmogelijk, maar je weet het maar nooit. Mijn frustratie begon toen ik het verzoek aandiende voor vervoer tussen Kamp Holland en het kantoor van de gouverneur. Dat verzoek werd meteen getorpedeerd. Reden: gebrek aan gepantserde auto’s en bushmasters. Vervolgens moest ik tientallen keren uitleggen dat ik niet in een ‘gewone’ auto me mag vervoeren. Ik moet soms in Kabul in gepantserde auto’s laat staan in Uruzgan. Het volgende gedonder ging over het aantal mensen. Het volgende over de slaaplaaatsen. Tenslotte kregen we slaapplekken toegewezen in de transitruimte, wat ik na een aantal e-mails kwam te weten dat de transitruimte een hele grote hal betrof met heel veel stapelbedden. Kortom het was een hoop geregel en frustratie. Dat met mensen met wie ik in hun eigen taal communiceerde en dat ik niet naar Uruzgan wilde komen voor vakantie, maar voor een ontwikkelingsprogramma, namelijk het opbouwen van een trainingcentrum voor de lokale ambtenaren. Men heeft het hart en de mond vol over ontwikkling en nou wil iemand een ontwikkelingsprogramma opzetten, krijgt ie geen fatsoenlijke medewerking. Genoeg over Uruzgan.

De andere frustratie en teleurstelling betreft de uitschakeling van Oranje. Afgelopen nacht heb ik tot half drie in de ochtend in mijn uppie voor de TV gezeten. Wat een draak van een wedstrijd! Daar ik vorige keer schreef dat ik het EK miste, omdat ik het niet mee kan vieren, ben ik nu blij dat ik niet in Nederland ben. Het leeft hier namelijk niet zo en binnen de kortste keren ben je het weer vergeten. Tot vandaag kwam ik na een wedstrijd van het Nederlandse elftal met een knal oranje das aanzetten. De das en mijn oranje polo kan nu beter opbergen. Wie weet heb ik het over twee jaar weer nodig.

Ik mis het EK!

17/06/2008 – Ik mis het EK voetbal. Bij de vorige toernooien (WK 2006, EK 2004, WK 2002, EK 2000 en WK 98) heb ik zo’n beetje alle wedstrijden live bekeken. Ik kan me nog herinneren dat ik de legendarische wedstrijd Nederland-Argentinie op het WK 98 moest missen. Ik had het helemaal opgenomen en daarna integraal bekeken. Na de uitschakelling van Nederland tegen Brazilie, in de halve finales, moest ik erg huilen. Eveneens moest ik huilen na de uitschakelilng van Nederland tijdens het EK 2000. Wat was dat een dreun!

Nu mis ik dus het EK 2008. Nu het Nederlands elftal zo goed presteert. Hier in Kabul kan ik alle wedstrijden volgen, maar het is natuurlijk niet erg gezellig om in je eentje voor de tv te gaan zitten en om 23:15 uur te beginnen aan Nederland-Italie of Nederland-Frankrijk. Vanwege het late tijdstip kan ik dus met niemand afspreken, want ik moet voor middennacht weer thuis zijn.

Ik heb een Amerikaanse collega die helemaal gek is van het voetbal. Het heeft wat mij betreft geen verdere introductie nodig. Het klinkt al gek genoeg: een Amerikaanse voetbalfan. Tijdens Nederland-Italie waren we elkaar de hele wedstrijd aan het bellen. “What the f..k is going on”, hoor ik hem nog zeggen. Hij kon het niet geloven dat Italianen zo op hun donder kregen. Vanavond als Nederland tegen Roemenie speelt zit ik natuurlijk weer voor de buis. Wederom alleen en wederom om 23:15 uur. Oh, wat mis ik het EK!!!!!!!

Img_1336_1_2 

Nooit "gewoon"

15-06-2008 – Ik heb al een aantal dagen niets op mijn weblog geschreven. Het verhaal over A. had ik al een tijd terug opgeschreven, maar niet eerder gepubliceerd. Ik ben half mei tot begin juni in Nederland op vakantie geweest. Sinds mijn terugkomst heb ik de behoefte gemist om te vertellen over mijn belevingen hier in Kabul. Ik kon geen onderwerp vinden om erover te schrijven. Natuurlijk gebeuren er genoeg dingen in dit land om erover te vertellen, maar ik vond ze niet meer bijzonder. Ik ben een paar keer begonnen over een verhaal over mijn stiekeme uitstapjes. Naar het Qargah meer bijvoorbeeld. Of naar de Salangpas. Maar die verhalen leken me niet meer bijzonder. Ben ik al te goed ingeburgerd dat ik alles ‘gewoon’ begn te vinden? Ik sprake hierover met de correspondent van de Volkskrant. Zij vertelde mij dat als een correspondent alles ‘gewoon’ begint te vinden dat hij of zij heel snel de biezen moet pakken. Maar ik ben geen correspondent. Ik wil nog niet weg en de verhalen die ik gisteren heb gehoord zal ik nooit “gewoon” vinden.

De verhalenvertellen van gisteren was de gouverneur van de noordelijke provincie Faryab. Hij was bij ons op bezoek. Faryab grenst aan Turkmenistan. Het is een van de meest dichtbevolkte provincies van Afghanistan en de bevolkingssamenstelling is zeer divers. De grootste groep zijn Uzbeken en Turkmenen. Daarnaast wonen er Hazara’s en Pashtunen. Noorwegen heeft er een basis. Net als Nederlanders in Uruzgan.

De gouverneur is op werkbezoek in Kabul en wil o.a. de president en een aantal ambassadeurs ontmoeten. Hij wil de noodkreet uitspreken, want de situatie in zijn provincie is dramatisch. Deze provincie beleeft de ergste droogte in jaren. De boeren hebben daardoor niks kunnen verbouwen. De droogte in combinatie met huizenhoge voedselprijzen maken een groot deel van de bevolking om het allerergste te ondernemen. Mensen verkopen hun (zeer jonge) dochters. Soms voor een bedrag van onder de 100$. Wat er dan met die meisjes gebeurd weet niemand. De gouverneur vertelde dat hij een aantal van die meisjes heeft teruggekocht voor het viervoud van de verkoopprijs. De hereniging is volgens de gouverneur hartverschurend. Het is het ergste wat een mens kan doen! Dit is de eerste keer dat zelfcensuur toepas op mijn weblog. Ik ga de details van dit soort handel niet opschrijven. Ik denk niet dat mijn vocabulaire gruwelijke woorden bevat om alles te omschrijven.

De gouverneur wil in Kabul om geld vragen zodat hij voedsel voorraden kan aanleggen en als de situatie nog verergerd hij de voedsel voor de kostprijs kan verkopen. Dat geld zal hij nooit krijgen. Wij hebben hem uitgelegd dat hij dat niet mag en kan doen. Het verkoop van voedsel door de overheid zal door de Wereldbank, toezichthouder in Afghanistan, worden uitgelegd als beinvloeding van de vrije markt. De Afghaanse overheid heeft al grote problemen met de Wereldbank, want het heeft net een aantal weken terug voor 50 miljoen dollar voedsel ingevoerd. De gouverneur vraagt niet eens om geld. Hij vraagt om een lening, want in augustus krijgt hij een miljoen dollar van de Amerikaanse ambassade omdat in Faryab geen opium meer wordt gekweekt. Hij kan dan de lening terugbetalen. De gouverneur bleef rustig naar mijn en mijn broer’s argumenten luisteren en sprak daarna de pijnlijke woorden: “wij laten mensen doodgaan van de honger en dwingen hen hun dochters te verkopen, omdat we anders de vrije markt beinvloeden”. Heeft hij gelijk of heeft de Wereldbank gelijk? Het probleem is dat heel veel mensen gelijk hebben. Dat maakt het zo moeilijk.

Het voedsel probleem is niet eens het enige probleem van deze provincie. Er is ook een drinkwater te kort. De provincie heeft 16 tankwagens die water distribueren aan bijna alle huishoudens van de provincie. Faryab is ongeveer even groot als Nederland en er is maar een of twee verharde wegen. Sommige mensen moeten soms veertig dagen wachten op drinkwater.

Naast deze zeer trieste verhalen vertelde de gouverneur ook leuke en grappige verhalen. Hij vertelde dat hij vaak wordt gebeld door een schaapherder dat zijn zoon na de wandeling door de woestijn met de schapen en geiten wel is thuisgekomen, maar de schapen en geiten niet. Hij, de gouverneur, moet iets aan doen als DE overheid. Want het is zijn verantwoordelijkheid. Wij hebben erg hard om moeten lachen dit soort verhalen en bijna huilen om zijn trieste verhalen.

Ik dacht even ingeburgerd te zijn en begon alles gewoon te vinden, maar ik denk niet dat ik dingen die ik gisteren heb gehoord ooit “gewoon” zullen worden.

Het levensverhaal van A.

Ze was drie maanden oud toen ze met haar moeder naar de gevangenis moest. Haar vader was al eerder gevlucht. Dit is het begin van de kroniek van het leven van A.

Het is de turbulente jaren zeventig. Afghanistan is in de greep van machtswisselingen. De democratische republiek wordt omver geworpen. De communisten krijgen de macht. De verschillende fracties van de communistische partij vechten elkaar de tent uit. Politieke moord is aan de orde van de dag. Twee zittende presidenten worden vermoord. Het Russische leger doet z’n intrede. Mensen vluchten massaal naar de buurlanden. Het communische regime begint aan de gebruikelijke en bijbehorende terreur van tegenstanders. Duizenden mensen worden in de gevangenis gegooid, levend begraven of tot de dood gemarteld.

A. wordt geboren op 6 januari 1981 in Kabul in een vooraanstaand en revolutionair gezin. Moeder is lerares en vader is een hoge ambtenaar. Vader en moeder hebben links radicale ideeen, maar passen niet binnen de denkbeelden van het regime.

Het is maart 1981 als haar vader op zijn kantoor leden van de geheime dienst hoort praten over hun plannen voor zijn ontvoering. Hij laat alles achter en vlucht eerst de stad uit en later het land uit zonder zijn gezin mee te nemen of zelfs gedag te zeggen. Op dezelfde nacht doet de geheime dienst een inval in het huis en alle papieren worden meegenomen. Niks wordt heel gelaten en de moeder wordt voor verhoor meegenomen. Zij wordt in eerste instantie vrijgelaten, maar na een aantal dagen weer opgepakt. Zij wordt veroordeeld voor vijf jaar cel. Zij kiest ervoor om haar dochter mee de gevangenis te nemen.

Het is inmiddels 1984. A. is drie jaar oud en heeft niets van het leven buiten de gevangenis muren gezien. Voor haar bestaat de buitenwereld niet. De medegevangenen van haar moeder zijn haar zussen, tantes, vriendinnen, oma’s.

A’s vroegste herinnering gaat terug naar het moment dat een van de vrouwelijke bewakers gaat trouwen. Het is een traditie in Afghanistan dat men vrienden en familie uitnodigt voor het huwelijksfeest of geeft ‘shirni’. Shirni betekent zoettigheid, maar houdt meer in dan het uitdelen van de zoettigheid. Zo verplichten de gevangenen de bewakers om ‘shirni’ te geven. De bewaker wordt door de gevangenen bedolven onder allerlei verzoekjes. Maar er is een persoon die iets mag vragen en dat is A. De bewaker vraagt A wat ze zou willen. Zij antwoordt meteen ‘vrijheid’. Met dit antwoord dompelt zij niet alleen de bewaker, maar de hele gevangenis in diepe rouw.

Met mijn bloed en been zal ik je verdedigen, oh Afghanistan’ is in deze tijd een zwaar revolutionair en nationalistisch liedje. A. zingt dit continue. De mannen in de mannenafdeling die met een muur is verwijderd van de vrouwenafdeling vragen haar om te zwijgen. Zij kunnen dat niet verdragen. Zij laat hun huilen. Was dit echt gebeurd of hebben mensen haar dit verteld om de mythe in stand te houden? Niemand weet het tot A. jaren later een van die mannen in Pakistan tegenkomt. Hij bevestigt de eerdere lezing van het verhaal en vertelt dat zij met kussens hun oren probeerden dicht te houden, elke keer weer als ze dat liedje zong.

Na drie jaar komt A’s moeder vrij. A. treedt voor eerst buiten de muren van de gevangenis. Het is een nieuwe ervaring voor haar. Zij ziet andere kinderen. Zij ziet mannen die ze tot dan toe niet heeft gezien. Voor het eerst vraagt ze of ze ook een vader heeft. In al die jaren heeft haar moeder nooit iets van haar vader vernomen. Men dacht dat hij er niet meer was en zo dacht A’s moeder ook.

To be continued.................

Lastig

06/05/2008 – Volgende week gaat een collega van mij trouwen. Zij is 28 jaar en al een tijd verloofd. Ik heb haar leren kennen als een a-typisch Afghaans meisje. Dat wil zeggen dat zij niet voldoet aan het typisch beeld van een Afghaans meisje; verlegen, rustig, hoofddoek/burka, etc.

Ik ken M. sinds het begin van mijn werk hier in Kabul. Zij is de secretaresse van onze directeur. Al vanaf het begin heb ik een goede verstandhouding met haar. Wij spreken elkaar dagelijks minstens een kwartier. Wij spreken alles en nog wat en heel vaak is het zeer gezellig. Vaak hebben we het ook over de Taliban, want zij woonde ook toen in Afghanistan. Wij zijn vrienden geworden!

Nu ze gaat trouwen hebben we het vaak over trouwen. Hoe anders ze ook is, zij gaat toch een zeer traditioneel Afghaans huwelijk in. Dat wil zeggen dat het huwelijk is geregeld – al is ze zeer tevreden en dat zij na haar huwelijk in het huis van de moeder van haar man gaat wonen. Het gebeurt in Afghanistan zeer weinig dat een net getrouwd echtpaar apart gaat wonen. En daarom maak ik me best zorgen over haar toekomst. Haar aanstaande schoonmoeder (schoonvader overleden) woont in een klein appartement dat verder wordt bewoond door de broer van haar aanstaande man en haar vrouw en twee kinderen. Ik heb haar al zo vaak geadviseerd om een appartement of huis te huren voor hunzelf, want betalen kunnen ze het zeker. Zij wilt het heel graag, maar is zeer gebonden aan de culturele voorschriften. Zij zegt dat ze het niet kan maken om haar verloofde te vertellen dat zij niet met zijn moeder wilt wonen. Dat is in haar ogen een grove belediging. Zij heeft tenslotte haar twee zoons met zoveel moeilijkheden en alleen opgevoed. Hoe kan zij haar schoonmoeder’s zoon van haar afnemen? Zij neemt alle eventuele ruzies met haar schoonmoeder en schoonzus maar voor lief.

Gisteren hadden we weer zo’n gesprek. Zij barstte in huilen en je kon aan haar merken hoeveel twijfels ze heeft. Maar desondanks wil ze de culturele voorschriften niet loslaten. Zij heeft haar verloofde niet eens gezegd wat in haar gedachten zich afspeelt. Zij verwijtte mij dat ik teveel vanuit de Westerse waarden aan het denken was en dat ik me niet kon voorstellen hoe het is om in Afghanistan te zijn opgegroeid zelfs met een vrije opvoeding. Want als je vrij bent in je eigen vaderlijke huis, dat wil niet zeggen dat je dezelfde vrijheden kunt hebben buiten de muren van dat huis.

Ergens heeft ze gelijk. Ik denk inderdaad vaak vanuit de mogelijkheden die ik in Nederland had of de mogelijkheden die ik nog steeds heb in Afghanistan, omdat ik een ‘buitenlander’ ben. Dit soort situaties zet je aan het denken en vraag je je af hoe het zou zijn geweest als ik helemaal nooit naar Nederland was geweest. Zou ik ook zo denken als zij denkt? Ik weet het niet en kan het niet zeggen. Dat maakt het zo lastig.

Koninginnedag

30/04/2008 – Het is vandaag Koninginnedag in Nederland. Toen ik vanochtend de website van de Volkskrant opende, zag een grote foto van het feest in Arnhem. Ik keek er met veel weemoed naar die foto en moest denken aan de Koninginnenach- en dag van vorige jaar in Amsterdam. Wat was het toen gezellig daar! Zoveel mensen die op straat en in de cafes helemaal uit hun dak gingen en alles in oranje gekleurd.

Ik mis dergelijke feesten hier in Afghanistan. Afgelopen zondag was de 16e verjaardag van de inname van Kabul door de Mujahedin. Het had een groot ‘feest’ moeten worden. Maar het eindigde in mineur na een mislukte aanslag op de President. Al was het een groot feest geworden dan was het alleen gevierd door de (voormalige) krijgsheren die hun triomf wilden vieren. Het zou nooit een volksfeest zijn geworden. Men vindt deze viering eerder de viering van de verwoesting van de stad en het land dan de triomf over Russen.

Terugkomend op de Koninginnedag. Bij de vorige maandelijkse borrel op de Nederlandse ambassade werden alle Nederlanders uitgenodigd voor de viering van de Koninginnedag op de ambassade. Er zou dan een receptie worden gehouden en daarna mocht het feest uitbarsten tot de kleine uurtjes. Nou je kunt je voorstellen dat ik daar heel erg naar uitkeek. Ik had al een aantal kleine voorbereidingen getroffen, zoals het aanschaffen van een oranje das. Ik had mijn enthousiasme een klein beetje moeten bijstellen, want de Nederlandse ambassade in Kabul ging een aantal dagen geleden op slot na bedreigingen in verband met Geert Wilders’ film. Afgelopen zaterdag, nog voor de aanslag op de President, werd de viering van de Koninginnedag definitief uitgesteld. Wilders bedankt!

Gelukkig houden we de haringen nog tegoed, stond in de e-mail van ambassade. Hopelijk vier ik de Koninginnedag volgend jaar weer; in Kabul of in Nederland.

Bij de Chinees in Kabul krijg je meer dan nasi en bami

28/04/2008 – Chineze vrouwen hebben in Afghanistan een zeer slecht imago. Zo’n beetje alle illegale bordelen in Kabul worden gerund door de Chinezen en alle prosititues zijn Chinezen. Vaak doen Chineze restaurants dienst als dekmantel voor prosititutie praktijken. ‘Eten bij de Chinees’ heeft in Kabul een totaal andere betekenis dan in Nederland. En als je nummer 10 bestelt dan krijg je iets heel anders voorgeschoteld dan een Peking Eend of een Loempia met sambal.

Het slechte imago van Chinezen is een Chinees/Amerikaanse collega van mij duur komen te staan. Vorige vrijdag was ze met haar vriendje de straat opgegaan om een ijsje te eten. Zij werden onderweg door een aantal politieagenten lastiggevallen. Zij werd voor een echte Chinees aangezien. Haar vriendje is door de politie zo geeintimideerd dat hij een van de politieagenten een klap op het gezicht heeft verkocht. Toen hebben de agenten het duo goed in elkaar getimmerd en allebei mee naar het bureau genomen. Onze veiligheidsmensen kregen lucht van het geval en gingen haar meteen uit het politiebureau halen. Haar vriendje moest blijven zitten. Toen ze thuis was belde ze mij en vroeg me om mijn hulp. Ik heb toen via mijn broer haar vriendje uit het bureau gekregen. De volgende dag was ze ontslagen en moest op dezelfde dag in het vliegtuig stappen naar Amerika. Dit incident was niet de eerste keer dat haar Chineze uiterlijk haar zo tegen had gewerkt.

Een paar maanden terug was haar vriendje op zoek naar een nieuw huis. Hij had een mooi huis gevonden en wilde dit aan haar laten zien. Toen ze samen het huis wilden gaan kijken de huiseigenaar weigerde om het huis alsnog aan hun te verhuren. De huiseigenaar had er nog aan toegevoegd dat hij zelfs voor geen vijfduizend dollar per maand het huis aan hun wilde verhuren. Zij kwam toen weer naar mij en vroeg of ik met hun mee naar de huiseigenaar wilde gaan om te garanderen dat zij (1) geen Chinees was en (2) dat zij geen prostitue was. Dus ging ik op een zeer koude winterdag met hun mee naar de huiseigenaar. Deze meneer wilde me in eerste instantie helemaal niet te woord staan, maar na veel aandringen wilde hij ons toch nog ontvangen. Eenmaal aangekomen bij zijn huis vroeg hij ons niet eens om naar binnen te gaan wat heel erg ongebruikelijk is in Afghanistan. Na een lang gesprek heb ik de huiseigenaar kunnen overtuigen dat zij geen Chinees, maar Amerikaans is en dat zij bij mij werkt en geen prostitue is. Toen ging de huiseigenaar alsnog akkoord en kregen zij het huis.

Ons bedrijf heeft haar geslachtofferd om aan de rest te laten zien dat ze ten koste van alles de veiligheidsmaatregelen willen handhaven. Het heeft, moet ik bekennen, goed gewerkt. Er zijn diverse mensen die onmiddelijk hun stiekeme uitstapjes hebben gestaakt, want zij willen natuurlijk de kip met gouden eieren niet zomaar laten gaan.

Liefde in tijden van mobiele telefoon

22/04/2008 – Het is zaterdag 12 april. Om 10:00 uur in de ochtend werd ik gebeld. Het was voor mij een onbekend nummer. Ik nam op. Het was een vrouwenstem. Zij zei: ‘ik heb mijn andere telefoon bij jou achtergelaten. Ik haal het vandaag weer op.” Dit gezegd hebbende hing ze op. Ik dacht dat het een misverstand of een grap was.

Ongeveer een kwartier later belde ze weer op. Ik nam wederom op. Zij begon wederom met hetzelfde verhaal toen ik haar onderbrak. Ik zei dat ik haar niet kende en dat zij verkeerd was verbonden. Maar zij hield vol dat ik haar wel kende en dat zij haar telefoon bij mij was vergeten. Ik hing op. Maar zij belde terug. Even later belde ze weer. Ik nam op en ze begon te smeken of ik niet wilde ophangen.

Zij begon te vertellen dat ze me leuk vond. Ik was zeer verbaasd, want ik heb haar nog nooit gezien en op die dag voor het eerst via de telefoon had gesproken. Zij zei dat ze verliefd was geworden op mijn stem en vroeg hoe ik heette. Ik zei: “John”. Ze moest erom lachen en zei: “John als een Amerikaan”. Ik bevestigde dat en vertelde dat ik een Amerikaan ben, maar heb Dari leren spreken. Ik kon aan haar stem merken dat ze het niet geloofde, maar het wel leuk vond. Zij vroeg waar ik was. Ik antwoorde Kabul. Zij zei dat ze in de noordelijke provincie Kunduz woont, maar dat ze binnen tien minuten in Kabul kon zijn. Een onmogelijke opgave!

Een aantal dagen bleef ze bellen. Een paar dagen eerder vertelde ze dat ze van me hield. Ik vroeg hoe ze van me kon houden als ze mij nog nooit heeft gezien. Zij kon niet zeggen hoe dat kon, maar dat ze van me hield was een feit. Het was voor mij heel interessant en daarom nam ik steeds de telefoon op als ze belde, maar zelf belde ik nooit. Als ze weer geen geld had voor een prepaid kaart dan belde ze op en hing ze meteen op in de hoop dat ik terug zou bellen. Als ze weer een kaart had dan belde ze op en vroeg waarom ik niet terug had gebeld. Ik vertelde dat ik ook geen geld had voor een kaart. Dit duurde een aantal dagen tot afgelopen zondag. Ze belde toen op en vertelde dat ze niet meer ging bellen en of ik ook haar niet meer wil de bellen. Ik was nogal verbaasd omdat ik haar nooit had gebeld. Maar goed zij heeft sindsdien niet meer gebeld.

Mensen uit mijn omgeving waren niet verbaasd over het verhaal. Sterker nog, zij zijn dit soort dingen heel erg gewend. Er wordt zo vaak door jongens en meisjes gebeld en door de telefoon elkaar de liefde verklaard. Het komt alleen nooit tot een ontmoeting. Het blijft heel vaak bij onschuldige – zeker voor de Nederlandse begrippen – praatjes. Daar het internet voor de jeugd van Nederland en de rest van de wereld een ontmoetingsplaats is, doet de mobiele telefoon het werk hier in Afghanistan. Het is ook niet vreemd, want hier in Kabul heeft iedereen een mobiele telefoon. Mensen hebben meerdere sim-kaarten van diverse providers en wisselen vaak hun sim-kaart in hun telefoon. Ik ken mensen die vier of vijf sim-kaarten, dus telefoonnummers hebben. Een sim-kaart kost 150 Afghani (3$).

Onvoorstelbaar

08/04/2008 – Een paar maanden geleden vroeg een collega aan mij of hij wat geld kon lenen. Hij had het nodig om zijn dochtertje naar de dokter te brengen, vertelde hij. 1000 Afghani (20 dollar) zou voldoende zijn vertelde hij erachter aan. Ik gaf hem het geld en vroeg niet wat zijn dochtertje had. Een paar dagen later kwam hij het geld terugbrengen. Ik nam het niet aan en vroeg wat voor ziekte zijn dochtertje had. Dat was het begin van een lange weg van mijn  betrokkenheid bij de ziekte van zijn vijf-jarige dochter, Parisa.

Mijn collega vertelde me dat zijn dochter ongeveer ander half jaar geleden was gevallen en haar hoofd tegen de metalen waterpomp had gestoten. Zij had daardoor een interne bloeding gehad. Omdat de bloeding niet goed was genezen en het bloed achter haar rechter oog was blijven ‘hangen’, had ze nu allerlei problemen met haar ogen en neus.

Het leek mij in eerste instantie niet zo ernstig. Toen ik vorige maand naar Nederland wilde gaan vroeg mijn collega of ik het medische dossier van zijn dochter mee naar Nederland wilde nemen om te kijken wat ze precies had en of ik een brilletje voor haar wilde meenemen. Want ze allerlei problemen met haar ogen. Ik nam het dossier mee en gaf het vervolgens aan mijn zus. Aan de hand van de beschrijvingen zag zij dat zij een tumor had in haar hoofd en dat de valpartij en de bloeding in geen enkele relatie stonden met de tumor. Er is toen in 2006 iets misgegaan waardoor de familie van Parisa tot twee weken geleden nog vanuit gingen dat zij nog leed aan de gevolgen van haar val. Ik weet niet precies bij wie het fout is gegaan. Er is een aantal verklaringen. Of de doktoren hebben het niet gezien dat het een tumor was, of hebben de doktoren het geheim gehouden dat zij een tumor heeft wat hier in Afghanistan wat vaker voorkomt. Of, tot slot, haar vader en moeder hebben het niet begrepen dat ze een tumor heeft.

Ongeveer anderhalf week geleden is Parisa in coma geraakt. Haar ouders hebben haar toen naar het Franse Ziekenhuis gebracht. Daar hebben ze nieuwe onderzoeken gedaan, waaronder een CT-scan. Het resultaat was dat de tumor is inmiddels gegroeid tot 3x4 cm. In 2006 was het ‘slechts’ 2x2 cm. De lokale doktoren hebben het opgegeven. Er zijn geen mogelijkheden voor haar behandeling (lees operatie) hier in Afghanistan.

Vorige week toen ik het hoorde hebben mijn broer en ik een afspraak voor haar geregeld bij het Amerikaanse militaire ziekenhuis in Bagram, net buiten Kabul. In dit ultra moderne ziekenhuis worden geen burgers behandeld. Maar Afghanistan is en blijft een land van contacten. Mijn broer had de hoogste Amerikaanse militair in Afghanistan gebeld en gevraagd of zij het meisje wilden behandelen. Daarna was het binnen een uur geregeld. Afgelopen vrijdag gingen zij er naartoe. De doktoren constateerden dat er een snelle ingreep nodig was anders was ze die vrijdag of zaterdag al overleden. Zaterdagochtend kregen we een e-mail van dezelfde general met de mededeling dat het meisje was geopereerd en dat zij het naar omstandigheden heel goed deed. Mijn broer en ik waren zo blij dat het leek alsof ziji onze eigen dochter was. Maar een aantal uren daarna kwam het bericht dat ze niet voor de tumor was geopereerd, maar dat zij een pijpje tussen haar hoofd en buik hadden geplaatst om de druk uit haar hersenen weg te halen. De tumor was nog altijd daar en de Amerikanen zeiden dat ze geen mogelijkheden hadden om deze te verwijderen. Zaterdagmiddag was Parisa weer thuis. Haar leven was verlengd, maar voor hoelang weet niet niemand.

Toen ik eenmaal wist dat zij niet meer in Afghanistan geopereerd kon worden, ben ik er achter aan gegaan om te kijken of ik haar in Nederland kon krijgen voor de operatie. Ik heb bijna alle kinderziekenhuizen van Nederland gebeld. Ik had heel graag de verbazing op het gezicht van de telefonistis willen zien als ik vertelde dat ik uit Afghanistan bel. Ik ben uiteindelijk bij het Juliana Kinderziekenhuis doorverbonden met een specialist. Ik legde hem de situatie uit en hij verwees me door naar iemand uit het Sophia Kinderziekehuis.

Gistere kreeg ik een dokter uit het Sophia aan de telefoon. Wat een aardige mevrouw! Zij nam er de tijd voor en we spraken de mogelijkheden voor haar behandeling in Nederland. Zij kan inderdaad in Nederland geopereerd worden. Dat is geen probleem. Het feit dat de tumor al 12 cm2 groot is, is ook geen probleem. De dokter zei dat ze dat soort operaties dagelijks uitvoeren. Maar de nazorg is wel een groot probleem. Het meisje kan natuurlijk niet in Nederland blijven voor een hele lange periode. De nazorg zou dus in Afghanistan moeten plaatsvinden. De dokter vroeg me of ik wilde uitzoeken of het soort nazorg dat vereist is hier in Afghanistan mogelijk is. Zij zou bijvoorbeeld na de operatie voor een hele lange periode behandeld moeten worden voor allerlei gevolgen van de operatie.

Ik ging gisteren op stap om uit te zoeken welke mogelijkheden voor nazorg hier in Afghanistan zijn. Ik ging naar het Franse Ziekenhuis waar het meisje ook onder behandeling was. Voordat ik ging belde ik een bevriende (ex)arts om voor mij een afspraak te maken. Dat was meteen geregeld. Het was voor het eerst sinds heel veel jaren dat ik weer in een Afghaans ziekenhuis was. De laatste keer was begin jaren negentig toen mijn oom in het ziekehuis lag. Het was een aparte beleving waarover ik een volgende keer zal schrijven. Ik ging bij de balie en vroeg waar de radioloog was met wie ik een afspraak had. De assistente ging hem zoeken en hij had een patient. Het duurde nog even voordat hij klaar was, maar ik wilde het niet afwachten en gaf mijn visitiekaartje aan de assistente of zij het aan de arts wilde geven en zeggen dat ik op hem wachtte. Ik zag dat hij onmiddelijk zijn kamer verliet en misschien ook zijn patient en kwam naar me toe. Wij gingen in een ander kamertje zitten en praten over het meisje. Hij zei dat hij niet veel wist over het soort behandeling dat nodig was, maar dat we naar de afdeling chirurgie moesten. De radioloog ging met mij mee naar die andere afdeling. Daar was het hoofd van de afdeling niet aanwezig en moesten we wachten. In plaats dat de radioloog mij liet wachten op de dokter en zelf terug ging naar zijn werk en patienten, bleef hij daar met mij wachten. Uiteindelijk vroeg ik hem of hij wilde weggaan, want er wachtte nog heel veel patienten op hem. Hij ging terug naar zijn werk en ik ging terug naar mijn kantoor, want de chirurg kwam niet meer opdagen. Ik kreeg zijn telefoonnummer.

Vanochtend heb ik de chirurg gebeld. Een zeer aardige man. Hij vertelde mij dat het soort behandeling dat het meisje nodig heeft na een eventuele operatie hier in Afghanistan niet mogelijk is. Men kan hier problemen die zij zal krijgen met haar hormonale huishouding, bijvoorbeeld, niet eens vaststellen, laat staan behandelen. Hij vertelde me tevens dat hij Parisa kent en hij al in 2006 wist wat zij had en dit aan haar vader verteld. En de laatste keer dat hij haar zag had hij Parisas vader al indirect medegedeeld dat nu elk soort behandeling voor haar te laat is. Ik belde daarna mijn zus en zij zei precies hetzelfde. Alleen een operatie kan haar niet helpen. Ik ga zometeen de specialist van het Sohpia bellen en haar vertellen dat de vereiste nazorg in Afghanistan niet mogelijk is. Ik weet niet wat zij gaat zeggen, maar het is niet moeilijk om dat alvast te raden.

Ik heb naar mijn mening er alles aan gedaan om een oplossing te vinden en dit meisje te redden, maar dat is niet genoeg gebleken. Ik ben zelf nu ten einde raad en zeer aangeslagen. Ik wil het me niet eens voorstellen wat de ouders van het meisje nu voelen. Ik ben niet eens familie van het meisje en het doet mij al zoveel pijn. Hoeveel pijn zouden haar ouders hebben?

$ 44 voor een fles wijn!

5/04/2008 – Afgelopen woensdag was de maandelijkse borrel van de Nederlandse ambassade. Ik ben voor de tweede keer bij de borrel geweest en beide keren was het erg gezellig. Er is voldoende hapjes en drankjes en je ontmoet ook nog een heleboel mensen. Nederlanders natuurlijk. Ik vind het altijd heel erg fijn om even voor een aantal uren alleen maar Nederlands te kunnen spreken; ouderwets cafepraat!

Gisteren kwam ik J. tegen. Een jongen tegen die ik kende van UvA. J. is een half jaar later dan ik afgestudeerd en nu in het kader van zijn tweede studie voor een stage van twee maanden in Afghanistan. Afghanistan is natuurlijk voor mensen die een studie doen op het gebied van internationale politiek of ontwikkeling een geweldige plaats. Je kunt hier in elke gewenste organisatie een stageplaats krijgen, want de nood aan hoogopgeleide mensen is erg hoog. Maar het is nogal ongebruikelijk en je hoort het niet vaak. Afgelopen donderdagavond kwam ik J. weer tegen. Deze keer in L’Atmosphere; een voor Afghaanse begrippen hip cafe/restaurant. Hij vertelde me dat hij die dag voor de lunch naar Qargah meer was geweest en daarna naar Paghman, een stad net buiten Kabul. Ik was nogal jaloers op hem, want ik ben al die maanden niet naar deze plaatsen geweest terwijl ik de taal spreek, hiervandaan kom, etc, etc.

Voordat ik J. tegenkwam was ik in L’Atmposphere gaan eten met mijn Nederlandse vriendin D. De laatste keer dat ik met D uit was, was het op mijn verjaardag; 12 januari. Omdat we allebei erg honger hadden, sloegen we drankjes aan de bar over en gingen we rechtsstreeks naar het restaurant. Ik bestelde een pennepasta met gerookte zalm en D pennepasta met pesto. De ober vroeg ons wat we wilden drinken. Ik vroeg om witte wijn en zo deed D. het ook. De ober ging weg en kwam met de mededeling dat zij wijn niet meer in glazen, maar in flessen verkochten. Wij vroegen om de wijnkaart. De enige witte wijn op de kaart was ‘Sancerre’ uit 2003 en kostte 2.000 Afghani, exclusief 10% BTW. 44 dollar dus. Wij gingen akkoord en bestelde de wijn. Aan het einde van ons diner kwam de rekening. 86 dollar afgerond. Dat was even schrikken!! Nu ik dit stukje aan het schrijven ben, heb ik even gegoogled wat ‘Sancerre’ in Nederland kost. Het is dus 16,35 euro. Dat is dus ook niet niks.

L’Atmosphere was als gevolg van de aanslag op het Serena hotel in januari een aantal maanden gesloten. Zij hebben nu het veiligheidsniveau opgeschroefd en heeft een aantal organisaties daarom hun ‘uitgangsbeleid’ er op aangepast. Als je voor het eerst in L’Atmosphere komt dan weet je niet wat je ziet. Buiten de deur staan een aantal zwaar bewapende soldaten. Er is een loopgraaf gemaakt die wordt beschermd met zandzakken. Als de soldaten horen dat je met elkaar een andere taal spreekt dan de Afghaanse talen dan wordt je binnengelaten. Anders niet. Eenmaal binnen wacht een uitgebreide controle. Als ik mijn Nederlandse identiteitskaart niet in mijn zak had, was ik er dus niet toegelaten. Na de controle riep deze meneer een code op en de gepantserde deur werd geoepend. Daar moesten we wachten tot de eerste deur weer dicht was. De volgende gewapende soldaat riep een andere code op en de volgende gepantserde deur werd geoepend. Dan pas stonden wij de tuin van L’Atmosphere. Deze tuin ziet er prachtig uit. Er zijn heel veel bomen, een terras, een bad waar kampvuur brandt en het is helemaal groen.

Nadat we de rekening hadden betaald en aantal keren elkaar hadden aangekeken, gingen we de avond voortzetten in het cafedeel van L’Atmosphere. Op donderdagavond is dit de plaats voor jonge buitenlandse gemeenschap. Het is de ontmoetingsplaats. Er wordt rijkelijk alcohol geschonken en de prijzen mogen hier ook wel zijn. Vier dollar voor een biertje en acht dollar voor een wijntje. Omdat we niet meer gewend zijn om voor onze eten en drinken te betalen, dan is het even schrikken met zulke prijzen. Maar goed het was erg gezellig dan heb je het ook voor over.

Ik had ons uitgangsverbod moeten verbreken om ook na elf uur te mogen blijven. Om 01:00 uur was het feest al een beetje dood. De beurt was nu aan de prive feestjes. D. nam me mee naar een feestje aan de overkant van de straat. Het was een klein huisje met een grote tuin. Een typisch ‘Kabuli’ huis. De gastheer was een Afghaanse Amerikaan. Er was op dat moment nog geen feest. Er zat een aantal mensen op de banken iets te drinken en te luisteren naar de muziek van Bob Dylan. Nog maar half uur daarna was het feest helemaal losgebarsten met de komst van ongeveer tien anderen. Men ging dansen en drinken en toen wij om 02:30 naar huis gingen was het feest nog lang niet voorbij. Het was dus mijn eerste echte stapavond in Afghanistan. Het was erg leuk, maar ik merk dat ik het stappen een beetje aan het verleren ben. Kan bijna niet wachten om terug te zijn in Nederland en de draad weer op te pakken.

Televisie

01/04/2008 – Afghanistan kan met recht een televisieland genoemd worden. Het aanbod is hier gigantisch groot. En dit voor een land waar zes jaar geleden nog televisiekijken was verboden. Er is naast de nationale omroep en een aantal commerciele zenders die uit Afghanistan en het buitenland uitzenden, ook een aantal prive zenders. Deze privezenders zijn meestal opgezet door (voormalige) warlords. Bijna elke warlord heeft een eigen zender.

RTA
De publieke omroep in Afghanistan heet RTA wat staat voor Radio and Television Afghanistan. Ik heb tot nu toe niet naar de radio geluisterd, maar ik kijk af en toe naar de televisiezender van deze omroep. Vooral het journaal op deze zender valt nogal op. Het is wat dat betreft een echte staatstelevisie. De grote journaaluitzending van RTA begint om 21:00 uur en duurt ongeveer één uur. Het is tweetalig en wordt om de beurt door een van de anchors voorgelezen. De anchors zijn geen bekende Afghanen (BA’er), zoals Philip Freriks en Sacha de Boer wel BN’ers zijn. Er zijn diverse anchors. Mannen en vrouwen. Vrouwen dragen een klein hoofddoekje waaronder de helft van het hoofd ongedekt blijft. Een prototype ‘Meiden van Halal’ zou ik maar zeggen, maar je weet in dit geval zeker dat de anchorvrouwen wel degelijk haar op hun hoofd hebben en niet kaal zijn. Dat weet je van de ‘Meiden van Halal’ niet. J

Het journaal begint heel vaak met de activiteiten van de president. Een voorbeeld: “de president heeft vandaag de ambassadeur van Nederland ontmoet.” Er wordt dan een aantal nietszeggende beelden van de ontmoeting vertoond en de anchor vertelt waarover ze hebben gesproken. Einde bericht. Tweede item: de president heeft de ambassadeur van Duitsland ontmoet.” Er wordt dan een aantal nietszeggende beelden van de ontmoeting vertoond en gezegd waarover ze hebben gesproken. Einde bericht.

Zo gaat het dus een aantal minuten door. Daarna zijn de voorzitter van het parlement en verschillende ministers aan de beurt. Als er geen beelden zijn van zijn ontmoetingen met bijvoorbeeld de ambassadeur van het een of ander nietszeggend land (e.g. Swaziland) dan worden de foto’s van die ontmoetingen weergegeven. En als er te weinig beeld is en te veel woorden dan worden de beschikbare beelden gewoon herhaald.

Vevolgens komen de berichten uit de provincies door. Er wordt vaak bericht over allerlei ontwikkelingsprojecten. Gisteren was er een item over een gouverneur die een aantal bomen had geplant. De human interest rubriek van het RTA journaal is zo sterk dat “Hart van Nederland” van SBS daar een puntje aan kan zuigen.

Voordat ik het vergeet te vertellen, er is na ongeveer een uur ruimte voor het buitenlandse nieuws dat wordt gepresenteerd door andere anchors en wederom in twee talen.

"Warlordzenders”

Er is een aantal categorieen “warlordzenders”. Ten eerste valt te onderscheiden de zenders die de hele dag beelden, toespraken en gesprekken van de desbetreffende warlord laten zien. De hele dag door! Onder de tweede categorie vallen zenders die nieuws, culturele programma’s en ander soortige programma’s combineren met beelden, toespraken en gesprekken van de eigen warlord. De derde categorie bestaat uit zenders die een in hun berichtgeving enigzins onafhankelijk zijn, maar je ziet een duidelijke voorkeur voor de eigen warlord en etnische groep die hij vertegenwoordigd.

Commerciële zenders

De grootste commerciële en best bekeken zender is Tolo TV. Deze zender is vrij progressief en onafhankelijk. Tolo heeft een aantal publiektrekkers zoals de Afghaanse versie van Idols, “Afghan Star” en de satirische actualiteitenshow “Zang e Khatar” (Sirene). Vooral in “Zang e Khatar” worden politici op de hak genomen. Soms wordt in dit programma de hypocrisie van de overheid breed uitgemeten. Een voorbeeld: wat je vaak op de Afghaanse televisiezenders ziet is het censuur van aanstootgevende beelden. Dat kan al een niet te laag hangende décolleté zijn. Er verschijnt dan een zwarte balk op het scherm. De clip van Shakira met Wyclef Jean (“hips don’t lie”) wordt wel uitgezonden, maar geheel met een zwarte balk. Je ziet alleen haar hoofd en benen. Tolo drijft vaak de spot met dit soort praktijken door mannen te kleden als Shakira en dan de zwarte balk er op te laten verschijnen en soms ook niet.

Buitenlandse zenders

Naast al deze binnenlandse zenders is er ook een groot aantal buitenlandse, voornamelijk Indiaase, zenders te ontvangen in Kabul. Dit gebeurt allemaal via de kabel en is niet duur. Daarom bezit bijna elk houshouden een televisie aangesloten op de kabel; hoe arm ze ook mogen zijn.

Als het democratische gehalte van een land gemeten kon worden door het aantal aanwezige televisiezenders dan is Afghanistan een hele sterke democratie. Maar helaas is de realiteit anders. Gisteren kwam in het nieuws dat in een Afghaanse film die werd uitgezonden door Tolo TV beelden voorkomen van dansende meisjes en jongens. Daarover is er een grote ophef ontstaan en zoals gewoonlijk hebben de parlementariers opgeroepen om Tolo TV te verbieden. De hypocrisie zit in het feit dat als beelden van dansende vrouwen uit Tadjikistan of Pakistan wordt uitgezonden, er niemand is die protesteert. Zo is Afghanistan nog lang geen democratie en bovendien heerst in dit land een dubbele standaard als het gaat om het gedrag van Afghaanse mannen en vrouwen.

Mijn foto

Laatste berichten

Laatste reacties

web-log.nl, powered by TypePad